10 Toes of the World

november 1, 2009

De Rooms Katholieke Kerk als “De Grote Hoer”.

Openbaringen 17:1-6

1 En één van de zeven engelen, die de zeven schalen hadden, kwam en sprak met mij, zeggende: Kom hier, ik zal u tonen het oordeel over de grote hoer, die zit aan vele wateren, 2 met wie de koningen der aarde gehoereerd hebben, en zij, die op de aarde wonen, zijn dronken geworden van de wijn harer hoererij. 3 En hij voerde mij in de geest weg naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest, dat vol was van godslasterlijke namen, en het had zeven koppen en tien horens. 4 En de vrouw was gehuld in purper en scharlaken en rijk versierd met goud, edelgesteente en paarlen, en zij had in haar hand een gouden beker, vol gruwelen, en de onreinheden van haar hoererij. 5 En op haar voorhoofd was een naam geschreven, een geheimenis: het grote Babylon, moeder van de hoeren en van de gruwelen der aarde. 6 En ik zag de vrouw dronken van het bloed der heiligen en van het bloed der getuigen van Jezus. En ik verbaasde mij, toen ik haar zag, met grote verbazing.

de Gouden Beker

‘een gouden beker in haar hand, vol gruwelen … van haar hoererij’

– een vrouw op een scharlakenrood beest dat vol namen van laster was
– zeven koppen
– tien horens
– de vrouw bekleed met purper en scharlaken
– versierd met goud, edelgesteente en parels
– een gouden beker in haar hand, vol gruwelen … van haar hoererij
– op haar voorhoofd: Verborgenheid, het grote Babylon …

Hier komen we tot een nadere beschrijving van “het grote Babylon” (16:19; 17:5; 18:2) of “de grote hoer” (17:1; 19:2). Hier tegenover staat een beschrijving van “de bruid, de vrouw des Lams” in 21:9. In beide verslagen toont ons een engel een vrouw, die ook als een stad is voorgesteld. In beide gevallen volgt hierop: “En hij voerde mij weg, in de geest” (17:3; 21:10). Door het gebruik van dezelfde symboliek toont de Heilige Geest ons het duidelijke contrast tussen de twee. Tegenover het
gruwelijke Babylon staat het heilige Jeruzalem, tegenover de hoer staat de reine bruid, tegenover de dorre woestijn (17:3) staat de verheven berg (21:10), tegenover de afgrond waaruit het beest opkomt (17:8) staat de hemel waaruit de heilige stad neerdaalt (21:10).

De bruid van het Lam is de Gemeente. In Op 19:6-10 wordt de bruiloft van het Lam geschilderd. 2Ko 11:2 en Ef 5:23-32 gebruiken eveneens het beeld van een  c.q. echtgenote. Daartegenover vinden we in Op 17 een valse bruid, een hoer, de gemeenst denkbare vervalsing van een bruid. Zij is geen reine maagd die aan één man, Christus, verloofd is (2Ko 11:2), maar een hoer die overspelig verbonden is met de wereld.

Een zelfde contrast vinden we in het O.T.: Jahweh noemt Zich de Man van Israël en Israël is zijn vrouw (Js 54:5v), en omschrijft haar afvallige afgoderij vele malen als hoererij (zie o.a. Jr 3; Ez 16 en 23; Hs 1-3). Ook hier is de oorspronkelijke reine bruid (vgl. Jr 2:2) een hoer geworden, terwijl er toch in de eindtijd een rein overblijfsel gevonden wordt dat als bruid aangenomen wordt (Js 49, 54, 61, 62; Ez 16; Hs 2).

Het oude Babylon hét voorbeeld voor Op 17 en 18

Op 17:1 En één van de zeven engelen, die de zeven schalen hadden, kwam en sprak met mij, zeggende: Kom hier, ik zal u tonen het oordeel over de grote hoer, die zit aan vele wateren,
Jer 51:13 Gij, die aan grote wateren woont, die groot zijt van schatten, uw einde is gekomen, de maat, waarop gij afgesneden wordt.

Op 17:4 En de vrouw was gehuld in purper en scharlaken en rijk versierd met goud, edelgesteente en paarlen, en zij had in haar hand een gouden beker, vol gruwelen, en de onreinheden van haar hoererij.
Jer 51:7 Babel was in de hand des HEREN een gouden beker die de gehele aarde dronken maakte; van zijn wijn dronken de volken, daardoor werden zij verdwaasd.

Op 18:2a En hij riep met sterke stem, zeggende: Gevallen, gevallen is de grote (stad) Babylon
Jes 21:9 zie, daar komt een troep mannen, een stoet ruiters, twee aan twee. Toen hief hij aan en zeide: Gevallen, gevallen is Babel, en alle gesneden beelden van zijn goden heeft Hij ter aarde verbrijzeld.
Jer 51:8 Plotseling is Babel gevallen en gebroken, jammert om hem! Haalt balsem voor zijn pijn, misschien is het te genezen.

Op 18:2b en zij is geworden een woonplaats van duivelen, een schuilplaats van alle onreine geesten en een schuilplaats van alle onrein en verfoeid gevogelte,
Jes 13:21 maar hyena’s zullen er legeren en hun huizen zullen vol uilen zijn; struisvogels zullen daar wonen en veldgeesten daar rondhuppelen,
Jes 34:11 Pelikaan en roerdomp nemen het in bezit, uil en raaf huizen daar; Hij spant daarover het meetsnoer der woestheid en het paslood der ledigheid.
Jer 50:39 Daarom zullen er boskatten met jakhalzen huizen, ook zullen er struisvogels huizen, en het zal niet meer bestaan in eeuwigheid, noch in stand blijven van geslacht tot geslacht.

Op 18:4 En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Gaat uit van haar, mijn volk, opdat gij geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen.
Jes48:20a Trekt uit Babel, ontvlucht de Chaldeeën.
Jes 52:11 Vertrekt, vertrekt, gaat uit vandaar; raakt het onreine niet aan, gaat weg uit haar midden, reinigt u, gij die de vaten des HEREN draagt.
(Vgl. 2Kor 6:17 Daarom gaat weg uit hun midden, en scheidt u af, spreekt de Here, en houdt niet vast aan het onreine.)
Jer 50:8 Vlucht uit Babel weg en trekt uit het land der Chaldeeën en weest als bokken voor de kudde uit!
Jer 51:6 Vlucht uit Babel, laat ieder zijn leven redden; komt niet om in zijn ongerechtigheid, want dit is de tijd der wrake voor de HERE, het verdiende loon betaalt Hij hem.
Jer 51:9 Wij hebben Babel trachten te genezen, maar het is niet te genezen; verlaat het en laten wij gaan, een ieder naar zijn land; want tot de hemel reikt zijn oordeel en het verheft zich tot de wolken.
Jer 51:45 Trekt eruit weg, mijn volk, en laat ieder zijn leven redden voor de brandende toorn des HEREN,

Op 18:6 Vergeldt haar, gelijk ook zij vergolden heeft, en geeft haar dubbel naar haar werken; mengt haar het dubbele in de beker, die zij gemengd heeft;
Ps 137:8 Gij, dochter van Babel, ter verwoesting bestemde, gelukkig hij, die u zal vergelden hetgeen gij ons hebt aangedaan;
Jer 50:15 Heft rondom een krijgsgeschreeuw ertegen aan – het heeft zich overgegeven, gevallen zijn zijn zuilen, neergehaald zijn muren; want dit is de wraak des HEREN; wreekt u erop, doet het naar hetgeen het gedaan heeft.
Jer 50:29 Roept schutters tegen Babel op, allen die de boog spannen; belegert het aan alle kanten, er zij geen ontkoming! Vergeldt het naar zijn werk, doet het naar al hetgeen het gedaan heeft, want tegen de HERE is het overmoedig geweest, tegen de Heilige Israëls.

Op 18:9 En de koningen der aarde, die met haar gehoereerd hebben en weelderig geweest zijn, zullen over haar wenen en weeklagen, wanneer zij de rook van haar verbranding zien,
Jer 50:46 Van het gerucht: Babel is genomen! beeft de aarde en geschrei wordt onder de volkeren gehoord.
Ez 27:30 Luid weeklagen zij over u en jammeren bitter, zij werpen stof op hun hoofd en wentelen zich in as.

Op 18:21 En een sterke engel nam een steen op als een grote molensteen en wierp hem in de zee, zeggende: Zó zal Babylon met geweld geworpen worden, de grote stad, en zij zal nooit meer gevonden worden.
Jer 51:63-64 En wanneer gij dit boek uitgelezen hebt, bind er dan een steen aan en werp het midden in de Eufraat, en zeg: 64 Evenzo zal Babel zinken en niet weer bovenkomen, ten gevolge van het onheil dat Ik erover ga brengen. Tot hiertoe de woorden van Jeremia.

Op 19:1-3 Hierna hoorde ik als een luide stem ener grote schare in de hemel zeggen: Halleluja! Het heil en de heerlijkheid en de macht zijn van onze God, 2 want waarachtig en rechtvaardig zijn zijn oordelen, want Hij heeft de grote hoer geoordeeld, die de aarde met haar hoererij verdierf, en Hij heeft het bloed zijner knechten van haar hand geëist. 3 En zij zeiden ten tweeden male: Halleluja! En haar rook stijgt op tot in alle eeuwigheden.
Jer 51:48 Dan zullen hemel en aarde met al wat daarin is, jubelen over Babel, want van het Noorden zullen de verwoesters er op afkomen, luidt het woord des HEREN.

Deze valse vrouw vormt een systeem dat alle wereldse onreinheden en afgoderijen in zich heeft opgenomen en Christus verloochent. De morele kenmerken van Babylon blijken duidelijk uit de doorlopende geschiedenis van Babylon in de Bijbel:

a.) De torenbouw van Babel (Gn 11:1-9): de eerste collectieve rebellie tegen God, het reiken naar de hemel, zichzelf een naam maken, zich aansluiten tegen God. De toren was kennelijk de voorloper van vele zg. ziggurats die later in het gebied gebouwd werden ter ere van heidense goden. Later vinden we ze overgeleverd bij Azteken en Maya’s, om er verschrikkelijke mensenoffers te brengen.

b.) Het begin van het anti-Goddelijk rijk (Gn 10:8-10; chronologisch na Gn 11): de geweldige jager Nimrod was de eerste anti-Goddelijke vorst op aarde; het begin van zijn koninkrijk was Babel. Volgens de overlevering werd zijn vrouw Semiramis het hoofd van de zg. Babylonische mysterien, een onderdeel van de Babylonische godsdienst. Zij werd vaak afgebeeld als de koningin des hemels (Jr 7:18; 44:17-19, 25) met haar miraculeus ontvangen zoon Tammuz (Ez 8:14) op haar arm, die beschouwd werd als heiland van zijn volk, die gedood werd door een wild dier en naderhand weer levend werd (vgl. 12:1-5). De Roomse afbeelding van de madonna met het kind gaat direct op deze Babylonische voorstelling terug. Tammuz wordt identiek geacht met Baäl. Tot de antieke Babylonische voorstellingen behoort ook het berijden van beesten door godheden, zoals in Op 17.

c.) Het Babylonische rijk: dit rijk heeft de macht rechtstreeks uit Gods handen ontvangen (Dn 2:37), maar misbruikt die voor zichzelf in rebellie tegen God (Dn 4:30). Nebukadnezar was het eerste hoofd van dit eerste wereldrijk en de verdrukker van Israël. In Zc 5:5-11 (kort na de ondergang van dit rijk) is sprake van een vrouw die “goddeloosheid” wordt genoemd en thuishoort  in Sinear (= Babel). De godsdienst van het oude Babel heeft zich over een groot deel van het Oosten verbreid, tot in Rome toe. De Rooms-katholieke Kerk (en later de Grieks-orthodoxe kerken) heeft in het oude Oosten overal voet aan de grond kunnen krijgen door vele elementen uit de Babylonische te kerstenen en te incorporeren.

Het Romeinse beest in Openbaring – het laatste hoofd van het laatste wereldrijk – erft de politieke en civiele macht van het oude Babylon en verdrukt Israël eveneens. De vrouw op dit beest, is de religieuze en geestelijke erfgename van Babylon, het oude systeem van godsdienstige afval in de armen van wat als de Kerk moet doorgaan.

Zoals in het Oude Testament Babylon het geestelijk wereldcentrum werd, nadat Israël gefaald had, zo kon in de gemeentebedeling het “grote Babylon” als geestelijke wereldmacht vorm krijgen, nadat de christenen gefaald hadden. Beide komen ten val door Gods gezalfde knecht, nl. Kores (Js 44:28; 45:1), type van Christus, waarna Israël hersteld wordt. Er zijn dan ook veel parallellen tussen Jr 50 en 51 (de val van het oude Babylon) en Op 17 en 18 (zoals hierboven reeds werd weergegeven in de tabel).

Hier staan de ware en de valse Kerk scherp tegenover elkaar. Evenals er een Antichrist is, bestaat er ook een Antikerk. Deze valse Kerk pretendeert de ware bruid van Christus te zijn. De bruiloft van het Lam zal dan ook niet kunnen plaatsvinden zolang deze valse bruid niet uit de weg geruimd is. Thans is het ogenblik gekomen om te zien wat er met die valse Kerk bedoeld wordt.

de Paus zegent de menigte

In wezen gaat het hier onmiskenbaar om de toekomstige gedaante van de Rooms-katholieke Kerk. Laten wij echter niet vergeten dat er na de Opname ook nog diverse pseudo-christelijke kerken zullen overblijven. Dezen zullen zich in de eindtijd bij de Roomse Kerk voegen. Babylon stelt dus de hele oecumenische Kerk voor waarvan Rome het middelpunt is. Na de Opname zal men zich aangetrokken voelen tot de eenheid van Rome. De protestants/ evangelische kerken (en vele andere) zullen als het ware in de Roomse worden opgelost. Het oordeel treft dan ook de hele ‘christelijke’ Kerk.

Er zijn in onze tekst van Op 17 vijf aanwijzingen te vinden die wijzen op de Rooms-katholieke Kerk:

1. Vers 4: “En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en versierd met goud, en kostelijk gesteente, en paarlen, en had in haar hand een gouden drinkbeker”. De roomse Kerk heeft een voorliefde voor allerlei pracht en praal in haar ceremoniën, gewaden en kerkinrichting. De leiders tooien zich graag in goud, purper en scharlakenrood.

2. Vers 6: “En ik zag, dat de vrouw dronken was van het bloed der heiligen, en van het bloed der getuigen van Jezus”. Er is maar één Kerk die in de loop van de geschiedenis het bloed van zoveel heiligen en getuigen van Jezus heeft vergoten. De Roomse Kerk heeft zich altijd uitdrukkelijk tegen godsdienstvrijheid verzet. Vele eeuwen lang zijn er in en door haar martelaren geweest voor het geloof, ook vóór de Hervorming, maar vooral tijdens de 16de tot de 18de eeuw. (In de 70ste jaarweek, de eindtijd, zullen de vervolgingen terug oplaaien).

3. Vers 9: “Hier is het verstand, dat wijsheid heeft. De zeven hoofden zijn zeven bergen, op welke de vrouw zit”. Het beest waarop de vrouw zit is het Romeinse rijk want de zeven koppen zijn de zeven bergen/heuvels van Rome (17:9). Er is maar één stad die op 7 heuvels is gebouwd. De stad van de Kerk is dus Rome. De vrouw heeft zich in Rome gevestigd. Van daaruit domineert ze het Romeinse rijk. Dit kan alleen slaan op de Roomse Kerk.

4. Vers 15: “En hij zeide tot mij: De wateren, die gij gezien hebt, waar de hoer zit, zijn volken, en scharen, en natiën, en tongen”. De invloed van deze vrouw laat zich gelden over vele volken. Ze telt ook meer volgelingen dan alle andere kerken samen.

5. Vers 18: “En de vrouw, die gij gezien hebt, is de grote stad”. Ze is vereenzelvigd met de stad. Ze ís de grote stad Rome. Babylon is de geestelijke naam voor Rome, zoals ook in 1Pt 5:13 waarschijnlijk is bedoeld.(1)Vandaar de naam Roomse Kerk. Een opmerkelijk feit is dat men keizerlijke munten uit die tijd heeft gevonden, waarop Rome wordt voorgesteld door een vrouw, die op zeven heuvels is gezeten (zie afbeelding hieronder).

(1) Citaat uit het boek “A Woman Rides The Beast” van Dave Hunt: “Eusebius Pamphilius, writing about 303, noted that ‘it is said that Peter’s first epistle … was composed at Rome itself; and that he himself indicates this, referring to the city figuratively as Babylon’. (Karl Keating, Catholicism and Fundamentalism … Ignatius Press, 1988, p. 200)”.

Rome stond in de oudheid bekend als “de stad met de zeven heuvelen”(2) (urbs septicollis). Zo wordt Rome in proza en poëzie aangeduid. Die zeven heuvelen heten: Aventinum, Caelius, Capitolinus, Esquilinus, Palatinus, Quirinalis, Viminalis. Hier aangegeven met blauwe cirkels (het Vaticaan ligt links-boven, aan de Tiber).

Rome - de stad op de zeven heuvelen

Rome – de stad op de zeven heuvelen

De keizerlijke munt (Sestertius) van Vespasianus (69-79 nC), uit ca 71 nC, geslagen te Tarraco(3), heeft aan de achterzijde de godin ‘Dea Roma’, gezeten op zeven bergen/heuvels(4). De munt bevindt zich in het British Museum(5).

Sestertius

Sestertius

Medaille Leo XII

Leo XII medaille met vrouw en beker, 1825. Om haar hoofd de 7 stralen van Mithras


Zonnegod mithras

Zonnegod Mithras


Johannes XXIII 100 Lire muntstuk

Johannes XXIII 100 Lire muntstuk, 1959, met Fides(6) en beker met 7 zonnestralen rond de zonnegod-hostie


FidesFides met beker (rechterhand) en standaard (linkerhand), op de achterkant van een munt van keizer Antoninus.

(2) Men zou kunnen tegenwerpen dat heuvels geen “bergen” (orè, Op 17:9) zijn, maar “heuvels” en “bergen” kunnen bijbels gezien toch door elkaar gebruikt worden: vergelijk Hs 10:8; Lk 23:30; Op 6:16.
(3) Tarraco is de hoofdstad van de provincie Hispania Citerior of Tarraconensis, in het huidige Spanje. (Encarta 2002).
(4) Before Jerusalem Fell blz. 149 van Kenneth L. Gentry, Jr., Th.D., 1989, is online beschikbaar op http://freebooks.entrewave.com/freebooks/docs/2206_47e.htm.
(5) Een uitgave van het British Museum geeft verslag over deze munt: Coins of the Roman Empire in the British Museum, Volume 2, Vespasian To Domitian, van Harold Mattingly en R.A.G. Carson, 1966.
(6) Fides, de Romeinse godin van de trouw, had een tempel op de Mons Capitolinus en werd reeds vroeg vereerd (Livius I, 21, 4; Horatius, Oden I, 35, 21). Elk jaar reden de drie voornaamste flamines op een wagen naar het heiligdom en brachten offers. Hun rechterhand was dan omhuld met een witte doek; dit duidt op het houden van de eed van de trouw, die door geen kwaad kan worden beroerd. Fides werd vereerd als Fides publica (Staatstrouw) en haar tempel

Alexander Hislop (naast vele anderen) beargumenteert in zijn bekende The Two Babylons uitvoerig dat de Rooms-katholieke godsdienst in bijzonder veel opzichten teruggaat tot de Babylonische godsdienst.

Het is de Roomse Kerk “met welke de koningen der aarde gehoereerd hebben” (17:2). Ze heeft zich, door de geschiedenis heen, met de wereldleiders verbonden en zelf een grote eigen politieke macht ontplooid. Zo heeft zij zich met de wereld verontreinigd (Jk 4:4; 1Jh 2:15). Vele afvalligen hebben zich met haar afgoderij en wereldsgezindheid ingelaten en “zijn dronken geworden van de wijn van haar hoererij”.

“En hij bracht mij weg in een woestijn, in de geest”. De valse Kerk woont in “een woestijn”, d.w.z. zonder enige Goddelijke bron om zich aan te laven.

“en ik zag een vrouw, zittende op een scharlaken rood beest, dat vol was van namen der [gods]lastering, en het had zeven hoofden en tien hoornen”. Het scharlakenrood duidt de macht en heerlijkheid van het Romeinse rijk aan maar ook de boosaardige aard ervan: vgl. de rode draak in 12:3; zonden als scharlaken in Js 1:18; Na 2:3. Ook toen Jezus door Rome berecht werd kreeg Hij een scharlaken mantel, om bespot te worden. Rome claimt het scharlaken. Het contrasteert fel met het wit in Op 19:11, 14.

De vrouw zit op het beest: ze is verbonden met het beest en stuurt het. Haar invloed is dus niet gering. Dit was reeds in het verleden het geval, in de 11de tot 13de eeuw, toen de paus dikwijls absolute macht had over de vorsten van Europa! In de eindtijd zal dat gedurende een korte tijd weer het geval zijn, maar dan nog erger. De Roomse Kerk zal een enorme politieke en religieuze macht bezitten.

“En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken …” (17:4a). Zijn dat niet altijd de kleuren van bisschoppen, kardinalen en pausen geweest?

“…en versierd met goud, en kostelijk gesteente, en paarlen, en had in haar hand een gouden drinkbeker …” (17:4b). Zijn dat niet altijd de luxesieraden van de roomse Kerk geweest? En de misbeker staat in de Roomse kerk centraal.

Deze welstand verwijst naar de wereld waarmee de hoer zich zo overspelig verbonden heeft. De gruwelen en onreinheden in haar beker verwijzen naar haar afgoderijen, zoals heiligenverering, Mariaverering, ritualisme, enz. Zoiets treft men niet in de kerken van de Hervorming aan. De Roomse Kerk daarentegen heeft overal de afgodendienst van de heidense volken overgenomen, aangepast en gekerstend, in plaats van die af te schaffen.

“En op haar voorhoofd was een naam geschreven, namelijk Verborgenheid; het grote Babylon, de moeder der hoererijen en der gruwelen der aarde” (17:5). Verborgenheid: er is inzicht nodig om het ware karakter van deze Kerk te onderkennen. In het N.T. is een verborgenheid altijd iets dat door de wereld niet gekend wordt, maar dat God aan de gelovigen geopenbaard heeft. Verborgenheid kan hier bovendien betekenen dat de benaming “het grote Babylon” niet moet opgevat worden als het letterlijke Babylon; dat het dus geestelijk te verstaan is (vgl. 11:8) en niet letterlijk.

Ze is “de moeder van …”. Babylon heeft dochters die dezelfde karaktertrekken bezitten als hun moeder. In de huidige staatskerken die uit de Roomse Kerk ontstaan zijn (anglicanen, oostersorthodoxen, …) zijn bepaalde kenmerken van de geestelijke hoererij bewaard gebleven.

Paus&Patriarch25

“En ik zag, dat de vrouw dronken was van het bloed der heiligen, en van het bloed der getuigen van Jezus. En ik verwonderde mij, toen ik haar zag, met grote verwondering” (17:6). Johannes leefde al in de dagen van de Romeinse vervolgingen en was daarover niet verwonderd, maar hij was wel zeer ontsteld dat “de Kerk” zo optrad, en daardoor leert hij begrijpen dat er een valse Kerk zal zijn. Wij die inmiddels de kerkgeschiedenis kennen zijn niet verwonderd. Niet alleen het Romeinse rijk, maar ook de Roomse Kerk vervolgt de ware gelovigen.

Deel 2 – Openbaring 17:7-14

7 En de engel zeide tot mij: Waarom verbaast gij u? Ik zal u het geheimenis van de vrouw zeggen en van het beest met de zeven koppen en tien horens, dat haar draagt. 8 Het beest, dat gij zaagt, was en is niet, en het zal opkomen uit de afgrond en het vaart ten verderve; en zij, die op de aarde wonen, wier naam niet geschreven is in het boek des levens van de grondlegging der wereld af, zullen zich verbazen, als zij zien, dat het beest was en niet is en er toch zal zijn. 9 Hier is het verstand, dat wijsheid heeft: De zeven koppen zijn zeven bergen, waarop de vrouw gezeten is. 10 Ook zijn het zeven koningen: vijf ervan zijn gevallen, een is er nog en de andere is nog niet gekomen, en wanneer hij komt, moet hij korte tijd blijven. 11 En het beest, dat was en niet is, is zelf ook de achtste, maar het is uit de zeven en het vaart ten verderve. 12 En de tien horens, die gij zaagt, zijn tien koningen, die nog geen koningschap hebben ontvangen, maar één uur ontvangen zij macht als koningen, met het beest. 13 Dezen zijn één van zin en geven hun kracht en macht aan het beest. 14 Dezen zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar het Lam zal hen overwinnen – want Hij is de Here der heren en de Koning der koningen – en zij, die met Hem zijn, de geroepenen en uitverkorenen en gelovigen.

De engel zal Johannes de verborgenheid van de vrouw meedelen (17:7). Op 17 bevat een verborgenheid over het beest (het Romeinse rijk) en de vrouw (de valse Kerk).

Een tegenovergestelde verborgenheid wordt in Ef 5:32 geopenbaard: “Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de gemeente”.

In Op 11-13 hebben we al bepaalde bijzonderheden van het beest besproken. In 11:7 lazen we reeds van “het beest, dat uit de afgrond opkomt”, maar in 17:8 vernemen we pas wat daarmee bedoeld wordt.

Het beest “was en is niet en zal uit de afgrond opstijgen en ten verderve gaan” (17:8). Dit zijn vier verschillende stadia in de geschiedenis van het Romeinse rijk die we al besproken hebben bij Op 13:1-4:

0085-Roman-Eagle-q75-1024x7681 “was” – Rome werd in 753 v. Chr. gesticht en is sinds 476 nC gevallen

regalia_nurem_eagle_hitler

2 “is niet” – De tijd dat het Romeinse rijk niet bestond. Toch hebben sommigen na 476 getracht het te doen herleven, zonder succes: Karel de Grote, Karel V, Napoleon, Hitler

r_eagle_lib_20amero_pl
3 “zal opkomen uit de afgrond” – Het zal dus opnieuw opgericht worden, in de eindtijd
4 “gaat ten verderve” – Het Lam zal hen overwinnen (17:14)

Wij moeten hier in 17:8 niet denken aan de herleving van een persoon maar aan die van het Romeinse rijk, dat sinds 476 n.C. niet meer bestaat, maar in de eindtijd terug tot leven komt.

Alle overheden zijn door God ingesteld; dat is een universeel beginsel (Rm 13:1-6). Van Nebukadnezar wordt gezegd dat God hem de macht, een troon en groot gezag gaf (Dn 2:37v; 5:18v). Maar voor het beest geldt dat niet, want hier wordt het gezag door een draak verleend (13:2). Het komt op “uit de afgrond” en dat is het domein van de demonen, zoals we in Op 9:1-11 al zagen. De oorsprong van het herstelde Romeinse rijk is demonisch.

Beschavingen gaan eenmaal ten onder en verrijzen niet weer; zo is het altijd geweest. Maar hier is het wonder juist dat het principieel om hetzelfde rijk als vroeger gaat. De mensen “zullen verwonderd zijn … ziende het beest, dat was en niet is, hoewel het is” (17:8). In 13:12 wordt van het beest gezegd: “wiens dodelijke wond genezen was”. Dat heeft zich in de wereldgeschiedenis nog nooit voorgedaan, namelijk een wereldrijk dat herrijst na zovele eeuwen.

In 13:3 wordt van het beest gezegd: “En ik zag een van zijn hoofden als tot de dood gewond”. Hiervan vinden we in 17:9-10 de uitleg: “Hier is het verstand, dat wijsheid heeft. De zeven hoofden zijn zeven bergen, op welke de vrouw zit. En het zijn [ook] zeven koningen; de vijf zijn gevallen, en de een is, en de ander is nog niet gekomen, en wanneer hij zal gekomen zijn, moet hij een weinig [tijds] blijven”. Wijsheid hebben wij hier inderdaad nodig, want geen passage in Openbaring heeft tot meer onenigheid en speculatie geleid dan 17:9-13. Daarom geven we van Op 17:9-11 de Textus Receptus:

(9) óde o nous o echón sophian ai epta kephalai orè eisin epta opou è gunè kathètai ep autón
Hier de geest hebbende wijsheid: De zeven koppen bergen zijn zeven, waar de vrouw zit op hen;

(10)
kai basileis epta eisin oi pente epesan kai o eis estin
en koningen zeven zijn, de vijf vielen, en de ene is,

o allos oupó èlthe kai otan elthè oligon auton dei meinai
de andere nog niet kwam, en wanneer hij komt, een beetje hij moet blijven.
(11) kai to thèrion o èn kai ouk esti kai autos ogdós esti kai ek tón epta esti kai eis apóleian upagei
En het beest dat was en niet is, en hij acht is, en uit de zeven het is, en ten verderve gaat.

De zeven koppen zijn zeven bergen ⇒ Rome

Bij de zeven bergen denkt men bijna algemeen aan Rome. Het stond in de oudheid bekend als “de stad met de zeven heuvelen” (urbs septicollis). Zo wordt Rome in proza en poëzie aangeduid.

Die zeven heuvelen heten: Aventinum, Caelius, Capitolinus, Esquilinus, Palatinus, Quirinalis, Viminalis. Deze heuvels zijn tussen 45 en 65 m hoog (Encarta 2002).

Men zou kunnen tegenwerpen dat heuvelen geen “bergen” (orè, Op 17:9) zijn, maar “heuvelen” en “bergen” kunnen bijbels gezien toch door elkaar gebruikt worden:

Hos 10:8 “en zij zullen zeggen tot de bergen: Bedekt ons! en tot de heuvelen: Valt op ons!”

Lk 23:30 “Alsdan zullen zij beginnen te zeggen tot de bergen: Valt op ons; en tot de heuvels: Bedekt ons”.

Op 6:16 “En zeiden tot de bergen en tot de steenrotsen: Valt op ons, en verbergt ons van het aangezicht van Hem, Die op de troon zit, en van de toorn van het Lam”.

De zeven koppen zijn zeven bergen ⇒ zeven Romeinse regeringsvormen, ofwel zeven keizers?

De zeven koppen zijn zeven bergen en zijn ook zeven koningen. Velen menen dat hiermee zeven regeringsvormen van het Romeinse rijk bedoeld worden. “Een van zijn hoofden als tot de dood gewond” (13:3) zou de zesde vorm zijn: het keizerrijk. Dit is de regeringsvorm waaronder het Romeinse rijk is ten onder gegaan, ten tijde van de zwakke Romulus Augustus. Men denkt dan ook dat de gewonde kop onder die keizerlijke vorm zal genezen. Het herstelde Romeinse rijk wordt dan opnieuw een keizerrijk. In deze visie van zeven koppen, zeven bergen = zeven Romeinse staatsvormen, wordt gedacht aan: koningen, consuls, dictators, decemvirs (tienmannen), militaire tribunen en keizers. In deze laatste staatsvorm zou het rijk terugkomen, zodat we er zeven hebben. Dit lijkt nogal gekunsteld want sommige staatsvormen duurden maar enkele jaren.

Een andere visie is die van zeven koppen, zeven bergen = zeven Romeinse keizers. Men heeft dan getracht om die zeven achtereenvolgende keizers aan te wijzen. Dit is verre van gemakkelijk. Ten eerste hangt het ervan af of men Julius Caesar (dictator tussen 49-44 v.C.) als eerste keizer wil beschouwen. De antieke schrijvers zijn daarover verdeeld. Klassiek wordt Augustus als eerste keizer beschouwd (in 27 v.C; zie tabel met Romeinse regeerders). Ten tweede is de uitleg afhankelijk van de tijd waarin Openbaring geschreven werd.

Men kan voor de eerste vijf keizers ook uitsluitend denken aan gewelddadig gestorven keizers (“gevallen”: 17:10): Julius Caesar, Tiberius, Caligula, Claudius en Nero. Daarna komt als zesde keizer Domitianus (81-96 n.C.), die waarschijnlijk regeerde in de tijd dat Johannes de Openbaring ontving. De zevende historische keizer is Nerva (96-98) en dan komt Trajanus (zie verder de tabel met Romeinse regeerders). Ook dit is te gekunsteld.

De zeven koppen zijn zeven bergen ⇒ Rome, maar tevens ook zeven wereldrijken

Anderen, zoals ikzelf, vinden dat de zeven bergen ook moeten opgevat worden als wereldrijken. Waarom immers komen de dierlijke kenmerken van het beest uit de zee zo precies overeen met de 4 dieren in Daniël, alwaar ze 4 wereldrijken voorstellen! Rest ons dan nog twee wereldrijken toe te voegen van vóór Babylonië (Egypte en Assyrië) en het herrezen Romeinse rijk tot slot, en we hebben zeven koppen die ook “zeven bergen” zijn.

“De zeven koppen zijn zeven bergen”. Deze bergen moeten opgevat worden als een Bijbelse heenwijzing naar sterke, onbeweeglijke rijken (zie Jr 51:25; Dn 2:35, 44; vgl. Ps 46:3v.; Js 40:4 en 64:1, 3; Mi 6:1v.; Hk 3:10; Zc 4:7; Mt 17:20 en 21:21). In Dn 2:34 zal de steen, die het beeld aan de voeten treft, tot een “grote berg” worden “die de gehele aarde vulde”. DE GODDELIJKE WERELDMACHT, HET KONINKRIJK GODS (DN 2:44), WORDT DUS OOK ALS EEN BERG VOORGESTELD, EN ZO OOK DE VOORGAANDE MENSELIJKE WERELDMACHTEN.

We moeten in dit licht de zeven bergen dus vooral zien als wereldrijken. De koninklijke berg ten tijde van Johannes op Patmos was het Romeinse rijk. Men denkt bij “vijf zijn gevallen” aan: Egypte, Assyrië, Babel, Perzië en Griekenland. Het beeld uit het boek Daniël (2:36-45) stelt eveneens een opeenvolging van koninkrijken voor. Eén is er in Johannes’ tijd: het Romeinse rijk. De andere, de zevende, was er toen nog niet en moet dus nog komen.

De zeven ‘wereldrijken’ zijn deze die een grote rol hebben gespeeld in verband met Israël. De eerste twee, Egypte en Assyrië waren in het boek Daniël niet opgenomen, omdat daar het beeld en de vier dieren vertrekken vanaf Babylonië, de toenmalige wereldmacht. Johannes echter overschouwt in Openbaring het geheel, vanaf het begin tot het einde.

De tekst zegt ook: “En het zijn ook zeven koningen” (17:10), zodat er heersers of machten worden bedoeld. Deze machten nu moet men niet kleinschalig zien en beperken tot het Romeinse rijk. De vrouw, de boze macht van afgoderij, zit op een hersteld Romeinse rijk in brede betekenis. De hoer ontstond in Babel en heeft zo alle wereldrijken bezocht met haar afgoderij, en niet alleen Rome. De “vele wateren” waarop de vrouw zit (17:1) worden in het hoofdstuk zelf verklaard als “volken, en scharen, en natiën, en tongen” (17:15). Dit is dus veel uitgebreider dan Rome of het Romeinse rijk alleen. Het gaat hier om een wereldomvattend systeem van afgoderij, door alle tijden heen, namelijk het religieuze Babylon dat reeds in Babel ontstond en doorleeft tot het herstelde Rome. Zij wordt afgebeeld als zittend op een laatste wereldlijke macht die gekenmerkt wordt door alle eigenschappen van de voorgaande wereldrijken samen. Het is geen Rome in beperkte zin, maar een Rome in brede zin. We moeten voor de verklaring van de bergen daarom niet aan Roomse keizers of de Roomse staatsvormen denken, maar aan wereldrijken.

paus_patriarch

Zoals we reeds in de bespreking van 17:1-6 zagen, is de hoer Babylon in wezen de Roomse (oecumenische) Kerk in de eindtijd. In die tijd zullen de beschrijvingen omtrent de hoer volledig bewaarheid worden. Deze Roomse Kerk zal dan de afgodische kenmerken bezitten van de afgoderijen die van Babel af vertrokken zijn en die zich daarna over alle wereldrijken hebben verspreid, tot uiteindelijk in het herstelde Romeinse rijk. Net zoals het Romeinse rijk, in de voorstelling van het beest, gekenmerkt wordt door de eigenschappen van voorgaande wereldrijken, zo zal ook de Roomse Kerk van de eindtijd zich kenmerken door de afgoderijen sinds Babel.

Er zijn vanuit Bijbels oogpunt zeven wereld-rijken te onderscheiden. Niet te verwarren met een gewoon koninkrijk, want als rijk is Babylon het eerst ontstaan. De eerste vijf wereld-rijken zijn de koningen waarvan Johannes zegt: “vijf zijn gevallen”. Het zesde wereldrijk “is” (17:10) in de tijd van Johannes: Rome (de dodelijk gewonde kop, sinds 476 n.C.: 13:3). Wie de regerende keizer in Johannes’ tijd ook is (hoogstwaarschijnlijk Domitianus), “de ene” die “is” vertegenwoordigt het Romeinse rijk waaronder Johannes leefde. Het zevende wereldrijk was in Johannes dagen “nog niet gekomen”, namelijk het herstelde Romeinse rijk. In deze visie staan de koppen van het beest voor zeven wereldmachten, waarvan de laatste twee koppen een voorstelling zijn van respectievelijk het oude en het herstelde Romeinse rijk.

De 7 wereldmachten die zich opstellen tegen God in het verdrukken van Zijn volk

Vijf zijn gevallen (Op 17:10)

(1) Egypte bracht Gods Israël in slavernij, zij die “Mijn volk” (Ex 3:7) worden genoemd. In die tijd was Egypte de grootste macht in de bijbelse wereld.
(2) Assyrië voerde vele honderden jaren later de Tien Stammen in gevangenschap, van waaruit zij nooit terugkeerden. Assyrië is de vernietiger van het noordelijke tienstammenkoninkrijk Israël en de verdrukker van het zuidelijke koninkrijk Juda.
(3) Babylonië het grote rijk van Nebukadnezar, rees op uit de ruïnes van Assyrië, bevocht Juda, vernietigde Jeruzalem en de tempel, en voerde het volk in gevangenschap.
(4) Medo-Perzië bracht Babylon ten val en volgde deze op in de heerschappij over Gods overblijfsel van Israël en het heilige land.
(5) Griekenland Griekenland, of eerder het Macedonische rijk van Alexander, bracht Perzië ten val, en de vijfde van de grote wereldmachten werd heerser en verdrukker van Gods volk. Onder de opvolgers van Alexander waren hun beproevingen verschrikkelijk.

Tot hier dan hebben we 5 grote rijken of wereldmonarchieën, die door de duivel werden gebruikt voor onderdrukking, en die voorbij waren gegaan toen Johannes op Patmos de Openbaring schreef.

De een is (Op 17:10)

(6) Romeinse rijk Rome bracht alles ten val wat haar voor de voeten kwam en bezette deze gebieden. Het Romeinse keizerschap bestond toen Johannes op Patmos was. Hij was daar wegens een bevelschrift van de keizer, waarschijnlijk Domitianus.

De ander is nog niet gekomen, en wanneer hij zal gekomen zijn, moet hij een weinig tijds blijven (Op 17:10)

(7) Hersteld Romeinse rijk Na Johannes’ tijd zou er nog een wereldmacht moeten verschijnen. Het moet een anti-christelijke wereldmacht zijn die slechts een korte tijd zal blijven, een Romeinse federatie van tien koningen.

In Op 13 heeft het beest de uiterlijke kenmerken overgenomen van de wereldrijken die in Dn 2 en 7 staan beschreven. In de profetie van de vier dieren (Dn 7) zijn dat: Babylonië (leeuw: 7:4), Medo- Perzië (beer: 7:5), Griekenland (luipaard of panter: 7:6) en Rome (dier met ijzeren tanden en tien horens: 7:7).

In de profetie van het statenbeeld zijn dat: Babylon (gouden hoofd: 2:32, 38), Medo-Perzië (borst en armen van zilver: 2:32, 39), Griekenland (buik en lendenen van koper: 2:32, 39), Rome (ijzeren benen: 2:33, 40), en het herstelde Romeinse rijk met de tien-statenbond (voeten met tenen van ijzer vermengd met klei: 2:33, 41). Bij dit laatste moeten we opmerken dat de voeten en tenen duidelijk de uitlopers zijn van zowel de benen als van het ijzer. Dit vijfde rijk is wezenlijk een voortzetting van het vierde. Men kan het een overgangsrijk noemen in de betekenis van een terugkerende macht die volgens Johannes “was en is niet; en het zal opkomen” (Op 17:8).

Nu zijn in Daniël de tien tenen (bij hem het vijfde rijk) uit het statenbeeld identiek aan de tien hoornen van het Romeinse vierde beest (Dn 7:7). Die tien hoornen vormen een overgangsrijk, de eerste gedaante van het herstelde Romeinse rijk, net zoals de voeten met tien tenen van het statenbeeld. Uit dat vijfde rijk, dus het rijk van de tien tenen of tien hoornen, komt tenslotte een zesde rijk voort bij Daniël. Tussen de tien hoornen komt immers een kleine, elfde hoorn op (Dn 7:8, 20, 24), terwijl deze drie van de oorspronkelijke tien uitrukt en zelf uiteindelijk de achtste hoorn wordt. Ook hier weer een overgangsrijk binnen het kader van het Romeinse rijk, maar wel apart te onderscheiden.

De koninkrijken in het boek Daniël en Openbaring

Daniël 2

Het beeld van Nebukadnezar

(1) – Hoofd van goud (Dn 2:32) Babylonische Rijk vanaf Nebukadnezar (Dn 2:3)
(2) – Borst en armen van zilver (Dn 2:32) Medo-Perzische Rijk vanaf Cyrus – (Dn 2:39a)
(3) – Buik en lendenen van koper (Dn 2:32, 39) Griekse Rijk vanaf Alexander de Grote (Dn 2:39b)
(4) – Benen van ijzer Voeten deels van ijzer en leem, tien tenen (Dn 2:33, 40-43) Benen: Romeinse Rijk (Dn 2:40) Voeten: Hersteld Romeinse Rijk – federatie van 10 koningen – is een 5de wereldrijk vanaf Babel – (Dn 2:41-42) De onderbreking wordt in Daniël niet gezien.
(5) – Een steen (Dn 2:34-45) Koninkrijk van God

Daniël 7

(1) – Leeuw met arendsvleugels stijgt uit de zee op (Dn 7:3, 4)
(2) –
Beer stijgt uit de zee op (Dn 7:3, 5)
(3) – Luipaard met 4 koppen stijgt uit de zee op (Dn 7:3, 6)
(4) – Beest met tien horens en ijzeren tanden stijgt uit de zee op (Dn 7:3, 7-8, 19-27) “uit dat koninkrijk zullen tien koningen opstaan, en een ander na hen opstaan; en dat zal onderscheiden zijn van de vorigen, en het zal drie koningen vernederen” (Dn 7:24) Romeinse federatie wordt 5de wereldmacht vanaf Babel. Kleine horen wordt achtste koning vd Romeinse federatie en is de 6de wereldmacht vanaf Babel – hij overheerst alle andere.
(5) – De Mensenzoon (Dn 7:13-14, 19-27)

Daniël 8

(2) – Ram (Dn 8:3-4, 20)
(3) – Geitebok met 1 tot 4 horens (Dn 8:5-12, 21-22)

Betekenis

(1) – Neo-Babylonisch rijk 606 – 536 vC Dn 2:38
(2) – Medo-Perzische rijk 536-330 vC (Dn 5:28 en 8:20) Perzen waren machtiger dan de Meden. 3 Ribben zijn drie veroveringen: Lydië (546 vC) Babylonië (539 vC) Egypte (525 vC)
(3) – Griekse rijk 300 – 63 vC Rijk van Alexander verdeeld na zijn dood: 1. Macedonië: Cassander 2. Thracië: Lysimachus 3. Syrië: Seleucus I 4. Egypte: Ptolemaeus Antiochus Epifanes komt voort uit Syrië – hij is het profetische beeld v.d. Antichrist.
(4) – Romeinse rijk en zijn heropstanding  aan het begin van de 70ste jaarweek. In 63 vC wordt Israël een Romeins protectoraat. Het West-Romeinse rijk eindigt in 476 nC vanaf 476 nC tot na de Opname v.d. Gemeente.
(5) – Koninkrijk Gods (Dn 2:44) Steen = Christus (Lk 20:18) Mensenzoon = Christus Na de 70ste jaarweek

Openbaring

En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest

(1) – Leeuwemuil Beest stijgt uit de zee op (Op 13:1-2)
(2) –
Berepoten Beest stijgt uit de zee op (Op 13:1-2)
(3) – Zag er uit als een Luipaard Beest stijgt uit de zee op (Op 13:1-2)
(4) – Tien horens Beest stijgt uit de zee op (Op 13:1-2) De Romeinse federatie is de 7de wereldmacht in (Opb 13), met de kenmerken van Daniels 4 dieren (wereldrijken). “En het beest, dat was en niet is, die is ook de achtste” (Op 17:11) De achtste koning van de Romeinse federatie (Dn 7:24) wordt in Op 17 als 8ste wereldmacht beschouwd en vereenzelvigd met het beest, en zal de strijd aanbinden tegen het Lam (Op 17:14)

Daniël 7:7-8
7 Daarna zag ik in de nachtgezichten en zie, een vierde dier, vreselijk, schrikwekkend en geweldig sterk; het had grote, ijzeren tanden: het at en vermaalde, en wat overbleef, vertrad het met zijn poten; en dit dier verschilde van alle vorige, en het had tien horens. 8 Terwijl ik op die horens lette, zie, daartussen verhief zich een andere kleine horen, en drie van de vorige horens werden daarvoor uitgerukt; en zie, in die horen waren ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak.

Daniël 7:19-27

19 Toen wilde ik de ware zin weten van het vierde dier, dat van die alle verschilde, dat buitengewoon vreselijk was met zijn ijzeren tanden en zijn koperen klauwen, dat at en vermaalde en wat overbleef met zijn poten vertrad, 20 en van de tien horens, welke op zijn kop waren, en van die andere, die zich verhief en waarvoor er drie uitvielen, terwijl deze horen met ogen en een mond vol grootspraak, er groter uitzag dan de andere. 21 Ik zag, dat die horen strijd voerde tegen de heiligen en hen overmocht, 22 totdat de Oude van dagen kwam en recht verschaft werd aan de heiligen des Allerhoogsten en de tijd naderde, dat de heiligen het koningschap in bezit kregen.
23 Hij sprak aldus: Dat vierde dier is het vierde koninkrijk, dat op aarde zal zijn, dat verschillen zal van alle (andere) koninkrijken, en dat de gehele aarde zal verslinden en haar zal vertreden en vermorzelen. 24 En de tien horens – uit dat koninkrijk zullen tien koningen opstaan, en na hen zal een ander opstaan; die zal van de vorige verschillen en drie koningen ten val brengen. 25 Hij zal woorden spreken tegen de Allerhoogste, en de heiligen des Allerhoogsten te gronde richten; hij zal er op uit zijn tijden en wet te veranderen, en zij zullen in zijn macht gegeven worden voor een tijd en tijden en een halve tijd; 26 dan zal de vierschaar zich nederzetten, en men zal hem de heerschappij ontnemen en hem verdelgen en vernietigen tot het einde. 27 En het koningschap, de macht en de grootheid der koninkrijken onder de ganse hemel zal gegeven worden aan het volk van de heiligen des Allerhoogsten: zijn koningschap is een eeuwig koningschap, en alle machten zullen het dienen en gehoorzamen.

De federatie van tien staten wordt dus eerst vermeerderd met één, met een oorspronkelijk onaanzienlijke “kleine hoorn”, en dan verminderd met drie, zodat er acht staten overblijven.

Bij Johannes komt er na het rijk dat “is” (17:10), en dat is het Romeinse rijk in zijn tijd, een ander rijk dat identiek is met het vijfde rijk of het overgangsrijk van Daniël (tenen, hoornen). Bij Johannes is dit, door het bijtellen van Egypte en Assyrië, het zevende rijk.

Bij Daniël komt er uit dat rijk één koning voort die de anderen gaat overheersen, de “kleine hoorn” (7:8, 20, 24), naar zijn telling de zesde koning. Bij Johannes is dit de achtste koning (17:11), vereenzelvigd met het beest. Dit is de laatste koning, zowel bij Daniël als bij Johannes, vóór de komst van Christus (Dn 2:44; 7:9-14, 22, 26, 27).

Eerst komt er een statenbond met tien koningen, en daarna komt er een koning die drie staten uitrukt en daardoor zelf de achtste wordt. Dit is zowel de achtste t.o.v. de deelstaten als de achtste koning op wereldrijk-niveau. Hij wordt een dictator, vereenzelvigd met het beest (Romeinse rijk) en de achtste koning (op wereldrijk-niveau), waardoor de andere deelstaat-koningen wel blijven bestaan maar zoiets als vazallen worden.

In Openbaring wordt er niets gezegd over het wegrukken van drie horens. Daar staat: “En de tien hoornen … zijn tien koningen” (17:12). “Dezen hebben enerlei bedoeling, en zullen hun kracht en macht aan het beest overgeven” (17:13). Hierdoor ontstaat de dictatuur, en dus de achtste koning (17:11).

Het herstelde Romeinse rijk zal een tiendelig koninkrijk worden. Deze tien koningen kunnen niet de koningen van de barbaren geweest zijn, die het Romeinse rijk hebben ingenomen, want er wordt gezegd dat zij “één uur gezag als koningen ontvangen met het beest” (17:12), terwijl de koningen van barbaren het beest juist hebben vernietigd. Het Romeinse rijk hield door de inval van de Barbaren op te bestaan, maar deze tien koningen zullen hun ontstaan aan het herstel van het Romeinse rijk te danken hebben. In geen enkel tijdperk van zijn geschiedenis is het Romeinse rijk in tien koninkrijken opgedeeld geweest. In de ruim vijftienhonderd jaar die nu na de val van dit rijk verlopen zijn, zijn er heel wat regeerders over de restanten van het Romeinse rijk geweest, maar die kunnen niet met de tien koningen bedoeld zijn. Het is gezag samen met het beest, en hun regeertijd is één uur hetgeen niet kan duiden op een verloop van honderden jaren. Hierdoor blijkt nog eens duidelijk dat de profetie spreekt over het herstelde Romeinse rijk, in de eindtijd.

Hierna de Textus Receptus van Op 17:12, 13:

(12) kai ta deka kerata a eides deka basileis eisin oitines basileian oupó elabon
En de tien horens die u zag, tien koningen zijn, die een koninkrijk nog niet ontvingen,
all exousian ós basileis mian óran lambanousi meta tou thèriou
maar gezag als koningen één uur ontvangen met het beest.
(13) outoi mian gnómèn echousin kai tèn dunamin kai tèn exousian eautón tó thèrió diadidósousin
Dezen één gedacht hebben, en de kracht en de autoriteit van henzelf aan het beest zij zullen overgeven

Let erop hoe de tien horens hier onderscheiden worden van het beest. Het beest wordt hier gezien als laatste heerser over het rijk, en niet zozeer als het totale rijk zelf. Het beest is immers zelf “de achtste” (17:11).

Hoewel de tien koningen, één van zin zijn, en hun macht aan het beest schenken, zal het beest toch de gelegenheid vinden om drie van die koningen ten val te brengen, zoals in Dn 7 staat geschreven.

Deze “zal woorden spreken tegen de Allerhoogste, en het zal de heiligen der hoge [plaatsen] verstoren, en het zal menen de tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand overgegeven worden tot een tijd, en tijden, en een gedeelte van een tijd” (Dn 7:25). De woorden van lastering komen we ook bij het beest in Openbaring tegen: Op 13:1, 5, 6; Op 17:3. Deze woorden van lastering zijn kenmerkend voor de komende dictator. Hij vervolgt de heiligen, zoals ook het beest in Openbaring: Op 11:7, 13:7. Uiteindelijk zal de kleine hoorn dé regeerder worden, zoals ook Op 13:7 zegt. Het veranderen van de tijden en de wet slaat op de Joodse eredienst en feesten, gedurende de 3,5 jaar van de Grote Verdrukking.

Uiteindelijk zal het beest en zijn vazallen de strijd aanbinden tegen het Lam: “Dezen zullen tegen het Lam krijg voeren, en het Lam zal hen overwinnen (want Het is een Heere der heren, en een Koning der koningen), en die met Hem zijn, de geroepenen, en uitverkorenen en gelovigen” (17:14). Na de verzameling van de koningen bij Armagéddon (Op 16:16) zal de Heer Jezus verschijnen; dan zullen zij zich tegen Hem keren en door Hem vernietigd worden. Dit wordt nader beschreven in Op 19. Het Lam zal neerdalen uit de hemel, maar Hij niet alleen, maar ook “die met Hem zijn”, de hemelse heiligen van Op 19:14 (zie ook Zc 14:5; 1Th 3:13). Dit zijn de gelovigen die zich op dat ogenblik in de hemel zullen bevinden.

“Daarna zal het gericht zitten, en men zal zijn heerschappij wegnemen, hem verdelgende en verdoende, tot het einde toe. Maar het rijk, en de heerschappij, en de grootheid der koninkrijken onder de ganse hemel, zal gegeven worden aan het volk van de heiligen der hoge [plaatsen], welks Rijk een eeuwig Rijk zijn zal; en alle heerschappijen zullen Hem eren en gehoorzamen” (Dn 7:26-27).

Deel 3 – Openbaring 17:15-18

15 En hij zeide tot mij: De wateren, die gij zaagt, waarop de hoer gezeten is, zijn natiën en menigten en volken en talen. 16 En de tien horens, die gij zaagt, en het beest, dezen zullen de hoer haten, en zij zullen haar berooid maken en naakt, haar vlees eten en haar met vuur verbranden. 17 Want God heeft in hun hart gegeven zijn zin te volbrengen en dit eensgezind te doen en hun koningschap aan het beest te geven, totdat de woorden Gods zullen voleindigd zijn. 18 En de vrouw, die gij zaagt, is de grote stad, die het koningschap heeft over de koningen der aarde.

De “wateren” waarop de hoer zit, kwamen we al eerder tegen, en ook in 17:1. De betekenis wordt hier gegeven als “volken, en scharen, en natiën, en tongen”. Dit duidt op de wereldwijde invloed van de vrouw en komt overeen met de betekenis van het woord “katholiek”, hetgeen wil zeggen algemeen, over de hele wereld verbreid. Wij moeten de vrouw zien als het systeem van afgoderij vanaf Babel tot Rome, door de geschiedenis van alle zeven wereldrijken heen. In de Kerk van het herstelde Romeinse rijk van de eindtijd zal dit systeem tot een hoogtepunt komen. De hoer is een bundeling van alle valse religieuze systemen sinds Babylon; zij wordt immers “de moeder der hoererijen” (17:5) genoemd. Ook het beest waarop de vrouw zit is een bundeling van alle wereldmachten sinds het begin in Babel.

“En de tien hoornen … zullen haar met vuur verbranden”. Een oordeel door vuur valt bij een stad te verwachten (18:8-10, 18), maar ook bij een hoer. Onder de wet moest een priesterdochter die in ontucht viel, met vuur verbrand worden (Lv 21:9). Zie ook Ez 23:25-29.

In Op 16:19 hebben we gezien dat God bij de zevende schaal een eind zal maken aan het grote Babylon, helemaal aan het slot van de oordeelsperiode van Openbaring. Hier in 17:16 blijken de koningen van het Romeinse rijk met Babylon te zullen afrekenen. Wij moeten er ons niet over verbazen dat God boze machten gebruikt als zijn werktuigen; vgl. Farao (Ex 9:16), Sanherib (Js 10:5), Nebukadnezar (Jr 25:9-14; Dn 4:17), Kores (Js 44:28; Ea 1:1; 7:27). God werkt in de tien koningen en het beest “enerlei mening” (17:13, 17) opdat zij Góds bedoeling zouden uitvoeren.

De koningen zullen het juk van Babylon van zich afwerpen. Van Babylon staat geschreven: “die het koninkrijk heeft over de koningen der aarde”. Net zoals de Roomse Kerk zijn dominerende invloed had op de koninkrijken, zo zal dat in de eindtijd wederom het geval zijn. Maar de koningen zullen dat juk van zich afwerpen, zodat zij zich staatkundig zullen bevrijden. Daarna, nadat de tien koningen de hoer “woest(9) en naakt” (17:16) gemaakt hebben, geven zij hun koninkrijk aan het beest (17:17).

Sommigen menen twee fasen te onderscheiden in het oordeel over “het grote Babylon”:

1. De eerste fase is die van Op 17:16, 17. Aan het begin van de 3,5 jaar Grote Verdrukking zal de Satan, de draak, op de aarde geworpen worden (12:9). Dan zal er geen andere godsdienst meer geduld worden dan de door de Antichrist gepropageerde afgoderij van het beest (13:14v). Het beest en de tien koningen zullen de vrouw nu gaan haten en de roomse Kerk zal ophouden te bestaan, als religieuze of geestelijke macht.

2. Wat de hoer nog rest is de politieke en economische macht, namelijk “de grote stad” (17:18; 18:16). Deze zal teniet gedaan worden, als tweede fase, aan het eind van de Grote Verdrukking, door een rechtstreeks ingrijpen van God zelf, zoals reeds in Op 16:19 staat, maar nog uitvoeriger in Op 18.

Deze twee fasen worden dan respectievelijk weergegeven in Op 17 en 18.

Inderdaad heeft Babylon twee gedaanten: het religieuze en het staatkundige/economische, maar hieruit concluderen dat ook het oordeel over Babylon in twee fasen moet opgesplitst worden, lijkt mij niet voldoende door de Schrift ondersteund.

(9) Gr. èrèmómenèn, van erèmos: desolaat (Strong 2049, 2048).

Lees ook: Rooms-Katholicisme, verborgen banden met Europa, uiting in de Europese Vlag

en: Katholicisme en Islam – vaste banden

Bron: Marc Verhoeven

Geef een reactie »

Nog geen reacties

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers op de volgende wijze: