10 Toes of the World

april 26, 2009

AFRIKA-BOEGBEELD AMINATA TRAORÉ: ‘Afrikanen zijn niet arm, ze zijn beroofd’

Door: Gie Goris

BAMAKO – Aminata Traoré is een van de meest uitgesproken en gerespecteerde stemmen uit het Afrikaanse middenveld. Zij vindt het de hoogste tijd om een écht nieuwe wereld te bedenken, maar vreest dat bankiers en politici toch opteren voor business as usual.

Aminata Traoré

Aminata Traoré

We praten op de binnenkoer van het vormingscentrum dat ze jaren geleden heeft opgezet. Terwijl de ochtend middag wordt en de zon uiteenvalt in brokken schaduw en licht, praat ik met Aminata Traoré over de wankele stand van economie en beleid in de wereld.

Traoré studeerde sociale psychologie en psychopathologie, doceerde aan de universiteit in Ivoorkust en was van 1997 tot 2000 minister van Cultuur en Toerisme in Mali. Sindsdien geldt Traoré als een gewaardeerde of gevreesde stem in het sociale en politieke debat in Mali, in Afrika, in de wereld. Ze formuleert haar analyses scherp en met het gezag van een vrouw die de kaap van zestig al even met heel veel gratie gerond heeft.

Aminata Traoré is hét gezicht van Afrika op internationale fora van andersglobalisten en sociale bewegingen. Ze publiceerde vier boeken over de nefaste gevolgen van de mondialisering in Afrika en over de noodzaak om de eigen verbeelding te herwinnen.

Bij wijze van aanloop vraag ik haar wat ze ervan vindt dat de financiële wereld –die ze zo vaak bekritiseerd heeft– in de diepste crisis sinds meer dan vijftig jaar is beland. Traoré: ‘De Masters of the Universe’ hebben ons altijd afgedaan als dromers, terwijl zij zogezegd met twee voeten op de grond stonden. Intussen is duidelijk dat deze “realisten” de wereld aan de rand van de totale afgrond gebracht hebben. Hun zelfingenomenheid en arrogantie zijn nog steeds niet verdwenen. Vandaag zijn het opnieuw de meest kwetsbare en arme mensen die de mislukkingen van hun neoliberale beleid betalen. In oktober dachten we dat de situatie zo ernstig was dat de machthebbers ons niet langer konden beliegen; dat ze wel verplicht zouden zijn toe te geven dat die fameuze onzichtbare hand van de vrije markt een te hoge sociale en ecologische kostprijs heeft. Niet dus.’

De mondiale aanpak van de crisis wordt uitgetekend door de G20, met de grote ontwikkelingslanden mee aan tafel. Geeft dat hoop?


Aminata Traoré:
Ik zie niet waarom ik optimistisch zou moeten zijn wanneer dezelfde mondiale beslissers aan zet blijven –beslissers die in het verleden nooit enige verantwoordelijkheidszin tegenover arbeiders of armen in hun eigen landen getoond hebben, laat staan tegenover migranten of landen in het Zuiden. Zij willen op de eerste plaats hun vel redden, al is dat niet makkelijk op een moment dat de maatschappelijke positie van geld in vraag gesteld wordt –geld was de enige basis waarop hun macht steunde om de wereld te regeren. Om opnieuw met volle koffers te kunnen besturen, zullen ze doorgaan met rijkdommen te plunderen in het Zuiden. Dat betekent dat vooral Afrika weer in het vizier komt, want nergens worden de natuurlijke rijkdommen slechter beschermd dan daar.

De aanwezigheid van de Braziliaanse president Lula in de G20 stelt u niet gerust?


Aminata Traoré:
Lula werd gezien als “een van de onzen”. Het is niet voor niets dat de Wereld Sociale Fora begonnen zijn in –en verbonden blijven met– Brazilië. Maar de realiteit van de macht dwingt hem tot compromissen om politiek te overleven. Zijn regering maakt een aantal keuzes die ook een negatieve impact hebben in Afrika, met name de inzet op biobrandstoffen en ggo’s. Het feit dat Brazilië een van de opkomende machten is, bezorgt Lula bijna automatisch spreekrecht voor de Derde Wereld. Maar in werkelijkheid spelen die opkomende landen de rol van kleine broer van de oude machten. Ze denken binnen de lijnen van dezelfde exclusieve marktlogica.

Waarom klinkt de stem van Afrika niet luider?


Aminata Traoré:
Op de eerste plaats omdat wij niet spreken. Er zou veel meer rumoer moeten komen vanuit het middenveld, maar we zijn altijd bezorgd over wat de donoren zullen denken over onze standpunten. Alles draait altijd rond de mening en de vereisten van donoren. Die afhankelijkheid voedt de politieke en economische corruptie in dit land, want tegenover de miljoenen euro’s die de Europese overheden beloven, weegt de stem van een actieve en kritische civiele samenleving natuurlijk niet door. Die afhankelijkheid verklaart ook waarom onze overheden het kapitalisme niet zullen afvoeren, ook al ligt het systeem op sterven. Dat is jammer, want het is nu dat we moeten benoemen wat er fout gegaan is in onze geschiedenis en waarom, en wat we daar in de toekomst aan zullen doen.

Wie moet die analyse maken?


Aminata Traoré:
Ik breng honderden vrouwen samen om over de crisis te praten –iets wat niemand anders met hen doet, omdat ze ongeletterd zijn. Ze reageren altijd heel nieuwsgierig en betrokken. Ze willen weten hoe de financiële crisis in elkaar zit en waarom ze zich voordoet. Ze praten over de voedselcrisis en over de vraag hoe ze zich op een andere manier kunnen voeden. Ze zoeken een antwoord op de vraag hoe ze opnieuw gezamenlijk in de toekomst kunnen investeren…

Verwacht u meer van vrouwengroepen dan van intellectuelen?


Aminata Traoré:
Neen, dat bedoel ik niet. We hebben af te rekenen met een intellectueel terrorisme dat uitgaat van arrogante donoren die geloven dat ze alle wijsheid bezitten. De ervaringen en inzichten van de Afrikanen worden niet gevraagd of gebruikt. De Europese Unie geeft veel geld uit in Afrika, maar ze doet dat aan de hand van haar eigen studies die geschreven worden door Europese studiebureau’s en experts, en uitgevoerd worden door ngo’s uit Europa. Afrika heeft tientallen briljante geesten, mannen en vrouwen met alle nodige ervaring die perfect in staat zijn creatief te denken en Afrika te herdefiniëren. Maar niemand vraagt hun advies. Europa zou ons ongelooflijk helpen als het een beetje bescheidener zou worden en ons een klein beetje ruimte zou laten om zelf na te denken, zodat we zelf het bilan zouden kunnen opmaken van al die jaren “ontwikkeling”.

Moet Europa zijn ontwikkelingshulp stopzetten?


Aminata Traoré:
Heel veel vormen van solidariteit moeten herdacht worden. De solidariteit tussen staten, die gekenmerkt wordt door een grote ongelijkheid, maar ook de humanitaire solidariteit, die wel de slachtoffers verzorgt maar nooit de oorzaken van het probleem aanpakt. Europa zou de eerlijkheid moeten opbrengen om te erkennen dat de ontwikkelingshulp van de voorbije decennia meer opgebracht heeft voor zichzelf dan voor de landen die zogezegd bezig waren zich te ontwikkelen. Waar men beweerde te helpen, heeft men vernietigd. Uw belastinggeld wordt op de eerste plaats gebruikt om onze leiders te vergoeden die uw elites behagen.

Wat kan Afrika daar zelf aan doen?


Aminata Traoré:
Wij moeten onszelf met andere ogen te bekijken. Waarom denken wij dat we arm zijn? Omdat anderen ons dat voorgezegd hebben. We zijn niet arm, we zijn rijk aan  familiale voedsellandbouw, leemarchitectuur, sociale relaties en tradities waarin het delen van voedsel, water en hout normaal was. De maatschappij waarin wij ons op ons gemak voelden, werd door buitenstaanders gedefinieerd als arm en onderontwikkeld. Dat was de start van een proces waarin ons eigen voedsel vervangen werd door producten die vol chemie zitten en van mindere kwaliteit zijn. Met als gevolg dat we steeds vaker af te rekenen hebben met diabetes en hartproblemen. De ontwikkeling gaf ons recht op ziekten waarvoor we de medicamenten niet hebben en op verwachtingen waarover geen democratisch debat mogelijk is. Afrikaanse leiders moeten de moed opbrengen om neen te zeggen tegen een systeem dat Afrika niet dient, zoals een aantal Latijns-Amerikaanse leiders dat deden.

U zegt dat Afrika niet arm is, maar u kan de reële armoede toch niet ontkennen?


Aminata Traoré:
De mensen zijn niet arm, maar –zoals Jean Ziegler het stelt– beroofd van de zorgen en diensten waarop ze recht hebben. Er zou veel minder honger zijn in Afrika als men ons niet gedwongen had katoen te verbouwen, en daarna om rijst te importeren. De problemen ontstonden door in te treden in die dodelijke dwaasheid van de internationale markt. Ik beweer niet dat er geen tekorten zijn, wel dat het tekort geproduceerd wordt door een leugenachtig systeem dat ons aan het lijntje houdt met allerlei beloften, zelfs nu het vastloopt en ten onder gaat. Dat zijn de economische misdaden die begaan worden tegenover het Afrikaanse volk.

Sommigen stellen dat de scheve ontwikkeling best aangepakt wordt door de politieke macht te decentraliseren.


Aminata Traoré:
Er is in Mali al lang een proces van decentralisatie aan de gang. Het betekent gewoon dat men de zorg voor het toepassen van de vertrouwde recepten voor politieke en economische hervormingen toevertrouwt aan lokale vertegenwoordigers. Dat laat de staat makkelijker toe om zich terug te trekken en de markt haar werk te laten doen. Internationale samenwerking wordt dan een kwestie van zusterbanden tussen steden en gemeenten, maar wie volgt dat op? Wie wordt er straks ter verantwoording geroepen als er fouten gebeuren of geen resultaten behaald worden?

Slorpt de centrale staat niet veel te veel middelen op?


Aminata Traoré:
Zonder een staat die instellingen opzet voor gezondheidszorg en onderwijs zou ik hier vandaag niet zitten. Mijn ouders hadden de middelen niet, maar de staat zorgde voor gratis basisonderwijs en voor een lyceum met een internaat, gratis middageten en een bibliotheek waar ik kon studeren. Nu de staat zich terugtrekt ten voordele van de markt, moeten ouders schoolgeld betalen, ook al krijgen ze hun katoen niet verkocht. En dat laatste komt steeds vaker voor omdat de regeringen in het Noorden hun katoenproducenten subsidiëren. Die subsidies zijn verantwoordelijk voor de ontscholing van onze maatschappij en voor de dood van vrouwen die geen geld hebben om de materniteit te betalen.

Wat is er nodig om Afrikanen een leven in waardigheid te geven?


Aminata Traoré:
Op de eerste plaats hebben we behoefte aan zelfrespect en geloof in eigen kunnen. Echte ontwikkeling heeft nood aan de vruchtbare grondlaag van een levende cultuur die voortdurend nieuwe oplossingen voedt. Je kan dat zelfs toepassen op zaken als vrouwenbesnijdenis. De materiële omstandigheden in Afrika zijn zo gewijzigd, dat de culturele behoefte om die fysieke ingreep te doen verdwenen is. De manier waarop we denken over het lichaam van vrouwen is veranderd. Maar je moet wel luisteren naar de mensen, je moet hen begrijpen en hen de ruimte geven om zelf te beslissen hoe ze de noodzakelijke veranderingen vorm willen geven. Echte ontwikkeling moet ook gebaseerd zijn op een cultuur die in evenwicht is met het milieu dat haar omringt. Want elke cultuur is altijd op de eerste plaats een transformatie van de aarde, de bossen, de ondergrond. Economie, milieu en cultuur zijn de drie poten waarop de maatschappelijke ketel steunt. Als die driehoek goed zit, kunnen we een maatschappij opbouwen die mensen niet langer berooft van hun eigen waardigheid, kennis en dromen. Dan kunnen we toekomst maken voor onze eigen mensen. Als wij zelf hadden kunnen formuleren wat democratie is, bijvoorbeeld, dan zouden we manieren gevonden hebben om onze leiders te bevragen en te sanctioneren. Want als de morele bakens gedeeld worden, moeten de machtigen wel luisteren wanneer de machtelozen spreken.

Maar je kan niet meer terugkeren naar de tijd van voor de kolonisatie.


Aminata Traoré:
Ik zie hier in Mali jongeren die zich bekeren tot een strenge islam en er zich blijkbaar goed in voelen. Je kan dat geen “terugkeer” noemen, want ik heb mijn moeder noch mijn grootmoeder ooit zien doen wat die jongeren doen. Hun behoefte om méér te weten over de Koran en het islamitische geloof, en om er hun gedrag aan aan te passen, komt voort uit de leegte die ontstaan is door gaten te schieten in onze vertrouwde waarden. Geen wonder dat individuen en samenlevingen op zoek gaan naar alternatieven die voor zekerheid en solidariteit kunnen zorgen.

Is het ook een botsing van een ruraal verleden met de stedelijke toekomst?


Aminata Traoré:
Er is geen onvermijdelijke, lineaire ontwikkeling van een ruraal verleden naar een stedelijke toekomst. Wat ik wel zie, is het symbolisch geweld van een dominante cultuur die de hele wereld dwingt om “modern” te worden zoals ze dat zelf definieert. Dàt is het probleem. Het is geen tweestrijd in onszelf tussen een landbouwcultuur en noodzakelijke moderniteit. Wij moeten duidelijk maken dat niemand het monopolie over de moderniteit heeft en dat wij een eigen, Afrikaanse moderniteit hebben. Het is tenslotte niet de stad die het platteland voedt. Wie produceert de bananen, de yams, het graan? De dorpelingen, toch? Maar iedereen kijkt op naar het centrum, naar het Noorden, en vooral naar de producten die van daar komen.

Bron: MO – Mondiaal Nieuws

Geef een reactie »

Nog geen reacties

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers op de volgende wijze: